Hemmes on Tour Down Under

Melbourne!!!

Ze zeiden dat het makkelijk zou zijn werk te vinden hier in Melbourne. Nou, het is me gelukt, maar het heeft wel een paar weken geduurd. En dan ook nog eens via-via, zul je altijd zien. Die paar werkeloze weken zorgden er wel voor dat ik één en ander in de stad heb kunnen bezichtigen, dus ik heb nog wel wát gedaan.

Zoals je in Ruth's reactie op mijn vorige bericht hebben kunnen lezen, heb ik de eerste tijd nog al wat achter de pc gezeten. Lekker surfen, ha ha. Daarnaast heeft Ruth ook de eerste vier series van de Amerikaanse comedyserie Scrubs op dvd. En ja, die heb ik ondertussen ook allemaal gezien. Super grappig! Maar daarnaast ben ik ook op zoek gegaan naar werk. Het was niet zo makkelijk als andere backpackers me hadden laten geloven. Ik ben een paar keer de belangrijkste plekken met eetcafés en restaurantjes afgelopen (Lygon Street, Brunswick Street en St. Kilda) om her en der mijn c.v. af te geven. Ook heb ik me bij twee soort van uitzendbureau's ingeschreven om zo wellicht werk te vinden bij een call centre. Daar heb ik tenslotte zeven maanden ervaring mee.

Op een avond nodige Ruth's huurbaas / vriendin / onderbuurvrouw, Cath, me uit met hen en wat vrienden mee te eten. Het was een heel gezellige avond. Cath's vrienden hadden het idee die vrijdag naar een bepaalde band te gaan luisteren en vroegen of ik geïnteresseerd was. Ik gaf ze mijn mobiele nummer en de volgende dag belde Jennifer me om te vragen of ik misschien eens langs zou willen komen op haar werk om over een tijdelijk baantje te praten! Natuurlijk wilde ik dat. De volgende dag ben ik langs gegaan om te kijken wat het was. Ze zou me later die dag bellen met de uitslag. Een paar dagen eerder had ik overigens al een paar uurtjes proefgedraaid als afwasser bij een eettent op Brunswick Street. Later die middag belde de chef van dat restaurant met de mededeling dat ik dat weekend kon beginnen. En niet te geloven, negen minuten later belde Jennifer om te vertellen dat ik de volgende dag kon beginnen! Had ik zomaar ineens twee baantjes, samen goed voor zeven dagen in de week werk!!

Goed, dat afwasbaantje heb ik na één weekendje vaarwel gezegd. Natuurlijk was zeven dagen in de week werken wat veel, maar daarnaast hield ik ook geen rug meer over van dat lage kl*te-aanrecht. Die was echt gemaakt voor mensen rond de 1,60 ofzo, 'no offence meant' uiteraard. Dus nu werk ik vijf dagen in de week bij een bedrijf genaamd National Infrastructure (.com.au) Services, welke zich voornamelijk richt op bouwkundige zaken en telecommunicatie. De afgelopen 2,5 week ben ik receptionist geweest. Een leuke ervaring om eens aan deze kant van de balie gezeten te hebben. Daarnaast was het ook goed voor mijn Engels om het écht de hele dag te moeten horen en spreken. Zeker het verstaan van mensen over de telefoon was een goede les. Inmiddels ben ik naar boven 'gepromoveerd'. Een nieuwe vaste receptioniste is begonnen en nu willen verscheidene mensen mij gebruiken om hun klusjes op te knappen en her en der achterstanden weg te werken. Ik vind het allemaal wel best, want ik werk normale tijden en ze betalen goed, ha ha ha :-) Ik ben eerste een paar dagen bezig geweest met het opschonen van alle personeelsbestanden en hou me nu bezig met de documentatie die bijgehouden wordt van alles wat de technici doen (werkverslagen, checklijsten, standaarden etc).

Overigens heb ik ondertussen Ruth's appartement verlaten. Ik had zelf al het idee iets anders te gaan zoeken nu ik werk gevonden had, maar daarnaast vroeg ze me ook te vertrekken. Ik kon me voorstellen dat ze na een week of drie wat meer ruimte en tijd voor zichzelf nodig had. Daarnaast begon ze zelf ook een week daarna bij een nieuwe baas, dus dan wil je wel even rust om je daarop voor te bereiden. Ik vertelde Jennifer, mijn baas, dat ik weg ging bij Ruth maar dat het moeilijk was iets te vinden (of belachelijk duur) nu de Grand Prix het dan volgende weekend gehouden werd. Ze bood mij direct aan een weekje bij haar te komen, totdat de GP was geweest! Weer zo'n voorbeeld van de gastvrijheid van Melburnians. Echt geweldig! Ik ga me haast schamen dat wij NLers zo bekrompem en asociaal kunnen zijn. Tot na de GP heb ik dus in het pas half herbouwde en gerenoveerde huis van Jennifer en Ric gezeten. Een best luxe plek met erg mooie en moderne snufjes door het hele huis. Tijdens mijn verblijf zijn Ric en ik op zaterdagochtend gaan fietsen. Hij op zijn carbonnen racefiets en ik op zijn snelle stadsfiets. Phoe, dat viel even tegen zeg! Ik had al een maand of zes niet meer echt gesport, dus na een paar uur schoot de kramp er bijna in. Gelukkig waren we toen al weer bijna thuis. Ik heb nog wel een paar dagen last gehad van m'n dèrrière, want de banden waren keihard en het zadel gaf ook geen millimeter mee, ha ha ha.

Over de GP gesproken, daar moest en zou ik natuurlijk heen :-) Ik had een kaartje gekocht dat allevier de dagen (do t/m zo) toegang gaf, maar de eerste twee moest ik uiteraard werken. Nu is het zo dat mijn werk op een minuut of zeven lopen van de park / circuit af ligt! Dus ben ik op vrijdag wat vroeger begonnen en heb ik een langere luchpauze genomen. :-) Zodoende kon ik de tweede testsessie grotendeels meemaken. Het was alweer meer dan zes jaar geleden dat ik naar de F1 race op Spa-Francorhamps was geweest, dus ik was even vergeten hoe ongelofelijk snel die dingen gaan en hoe oorverdovend hard die motoren klinken. Wauw, wat een bruut geweld!! Het grappige van een kantoor zo dicht bij, is dat je heel duidelijk kan horen wanneer de F1-wagens rijden. Tijdens de eerste testsessie op vrijdagochtend kwamen er een paar techneuten naar beneden om even op straat te gaan staan luisteren, een grappig gezicht. En ja, ook ik heb er even gestaan, ha ha ha.
In het weekend heb ik gedaan wat ik op Zandvoort meestal ook doe; zaterdag rond het circuit lopen om zo alle bochten te bekijken en zondag de hele dag bij de (volgens mij) beste bocht blijven staan. In dit geval bij bocht 9 en 10 dus. Deze plek was me ook al aangeraden door Ric, die daar ook regelmatig races heeft staan kijken zoals hij me vertelde. Zondag trof ik daar toevallig een paar andere NLers en een maffe Italiaan, die elkaar daar ook waren tegengekomen. We hebben gezellig staan kletsen en VB (bier) staan drinken, die Italiaan schreeuwde en zong (natuurlijk) voor Massa en Raïkkönen, en na afloop zijn we nog even het circuit opgelopen. Als souvenir heb ik een paar ‘marbles' (stukjes rubber van de banden) en gekleurde grindkorrels (karakteristiek voor Melbourne) van de baan meegenomen. Het was een aardige race en een goed (behoorlijk zonnig) weekend. Het was alleen een béétje jammer dat Albers al na tien rondjes in slaap viel. Raïkkönen had daar toch wat langer voor nodig en reed tenminste niet de bandenstapel in.

De vriendelijkheid en gastvrijheid van Jennifer en Ric houdt overigens niet op. Zo ben ik inmiddels alweer een paar keer bij hen langs geweest om mee te eten en heeft Jennifer me vorige week meegenomen naar een klein Italiaans 'eterijtje' in de stad, The Italian Waiters Club. Dit is echt een plekje dat je moet kennen, want anders zou je er nooit achter komen. Eerst moet je een steegje in om bij het etablissement te komen. Vervolgens moet je weten welke (openstaande) deur je moet hebben, want er staat nauwelijks aangegeven dat er iets zit. Als je dan een trap omhoog gaat kom je in een soort van eetkamer met veel hout en simpel, donker meubilair. Niet echt een super sfeer dus, authentiek zullen we maar zeggen, maar wel heel erg lekker eten! Het feit dat deze zaak er al 40 jaar zit zegt wel genoeg.
Een paar keer dat ik in het weekend bij Jenny en Ric was, was er ook een ander gezin. Tonie, een vriendin van Jen en Ric, woont doordeweeks bij hen in huis. Haar man (Wally) en de kinderen (Andrew en Charlie) wonen op vier uur rijden van de stad, wat íets te ver weg is van de stad om te forensen. Normaal gesproken rijdt Tonie elk weekend 'naar huis', maar die keren was het andersom. De jongens zijn helemaal gek van cricket, dus ze hebben uren lang op het terras staan 'batten' en 'bowlen'. Ze hebben mij ook geleerd hoe te gooien, hoe ze dat rare effect aan die ballen geven. Verrassend genoeg echt leuk om te doen. Tonie, Wally en de kids waren ook enorm vriendelijk en herhaalde meerdere malen dat ik een keer een weekendje bij hen langs moest komen. Over een paar weken, als Ric zijn zus in India aan het bezoeken is, gaan Jenny en ik dus ‘rural Victoria' in. Het huis ligt op een paar hectaren grond en de foto's van het huis zien er erg goed uit, dus ik heb er al zin in.
Afgelopen weekend heb ik ook praktisch helemaal bij Jen en Ric doorgebracht. Ric ging verder met klussen en ik had aangeboden te helpen. Zaterdagmiddag heb ik dus wat klusjes in en rond het huis gegaan. 's Avonds kwamen vrienden langs en hebben we lekker gegeten. 'Slow roasted pork' ofwel 'puerco pibil', voor diegene die Once upon a time in Mexico hebben gezien. Een stuk later die avond zijn Ric, Chuck en ik naar een optreden van één van Ric's favoriete bands geweest; Martin Martini & The Bone Palace Orchestra. De overige bands en het publiek wat er rondliep waren een beetje vaag en alternatief, maar Martin Martini was cool. Omdat het inmiddels alweer erg laat was, ben ik die nacht bij Jen en Ric blijven slapen. Na zondag eerst uitgeslapen te hebben, heb ik Ric verder geassisteerd bij wat klusjes. Als bedankje namen ze me mee naar The Marrocan Soup Bar. En ja, dat was ook weer erg lekker!

Tot slot dan nog even snel een opsomming van de dingen die ik hier in de stad heb gezien / bekeken. Ik vind m'n verhaal nu wel lang genoeg, dus ik ga er even snel doorheen. Als je meer wil weten moet je maar even reageren of me een mailtje sturen, ha ha ha :-)
Uiteraard heb ik het centrum, de City, inmiddels gezien. Het is allemaal wat ruimer van opzet dan Sydney, wat zorgt voor een iets minder gehaaste sfeer. Ook lijken er wat minder auto rond te scheuren. Iets buiten de City ligt het sporthart van Melbourne. Vlak naast elkaar liggen Melbourne Park (met de tennisbanen van de Australian Open, zoals de Rod Laver Arena), het Olymisch stadion van 1956 en de 'MCG'. Deze Melbourne Cricket Grounds is zo'n beetje het 'nationale' stadion van Melbourne / Victoria en er kunnen bijna 100.000 mensen in! Het wordt voornamelijk gebruikt voor cricket en Australian Rules Football, 'footy' zoals ze dat hier noemen. Mensen uit Victoria (de staat waar Melbourne de hoofdstad van is) zeggen hier gepassioneerder over te zijn dan Brazilianen over voetbal. Dit lijkt me een moeilijke opgave, maar dat ze er gek van zijn is me wel duidelijk. Ik ben nog niet geweest, want het footy seizoen begon vrijdag pas, maar ik ga zeker naar een wedstrijd. Meerdere Melburnians hebben me al op het hart gedrukt dat ik dat echt moét doen.

In Melbourne zijn er behoorlijk wat parken en parkjes. De bekendste zijn de Royal Botanic Gardens, welke bekend staat als de beste van Austalië. Hier ben ik een paar uur doorgeslenterd en gerelaxed. Het is een prima plek om een picnic te houden, wat verschillende mensen dus ook deden. Vlakbij het centrum liggen de Fitzroy Gardens. Ook hier heb ik een paar keer gezeten / gelegen terwijl ik in mijn reisdagboek schreef, las, of werk zocht in krantjes. Een ander belangrijk park, voor ons F1 freaks, is Albert Park. Voordat de race gehouden werd zijn Ruth, Roel en ik er overheen gereden, voor zover dat nog kon i.v.m. de opbouwwerkzaamheden. Het andere deel ben ik later overgelopen.

De stad heeft ook een antal goede (gratis) musea. Ik heb een uur of vijf rondgelopen door National Gallery of Victoria International (werk van niet-Australiërs) en ook een tijdje door de NGV Australia (Australische werken en / of Australië als onderwerp). Ik ben niet echt een museum-mens, maar ze hebben er erg leuke / mooie dingen hangen en staan.
Deze stad loopt over van evenementen. Uiteraard is er de Formule 1 en afgelopen twee weken had men de wereldkampioenschappen zwemmen (Pieter en de andere NLers vielen helaas een beetje tegen). Daarnaast was er even voor de GP een parade van 60 Ferrari's ter ere van het 60-jarige bestaan van het merk. Dit evenement werd natuurlijk gehouden midden in de Italiaanse wijk, op Lygon Street. Aan deze straat zitten 'tig' pizzaschuren en restaurantjes. Er was ook een demonstratie van Marc Gené in een Ferrari F1-wagen, maar dat was echt een aanfluiting. Dat ding mocht nl. niet harder dan de normale maximum snelheid; 60 km per uur! Eigenlijk best zielig om zo'n racebeest rond te zien kruipen. Ook was er pasgeleden het jaarlijkse Moomba Waterfest (waar dat vandaan komt weet ik ook niet) op Labour Day (wat hier een officiële vrije dag is) en over een paar dagen begint het Comedy Festival. Misschien dat ik daar ook eens een kijkje ga nemen. Genoeg te doen dus hier, volgens een hoop Melburnians misschien wel wat te veel. ‘Festival overkill', nooit gedacht dat dat zou kunnen.

O ja, het blijkt maar weer dat het backpackerswereldje erg klein is. Ik ben hier twee NLers tegengekomen die ik voor het laatst meer dan 3,5 maand geleden in NZ heb gezien. Echt té toevallig voor woorden, en erg grappig.

Goed, genoeg geluld. Ik begin een beetje scheel te zien, ook al heb ik dit verhaal niet in één keer geschreven. Hier zullen jullie het voorlopig even mee moeten doen, ha ha ha. Ik zal waarschijnlijk nog wel een anderhalve maand ofzo in Melbourne bliljven (als er genoeg werk is voor die periode), dus ik zal niet erg veel te melden hebben ben ik bang. Maar goed, geld dat uitgegeven kan worden, moet tenslotte wel eerst worden verdiend. Veel plezier met de lente allemaal, hier wordt het nu herfst en nat (maar niet zo nat als West Europa).

See ya later, mate!
Jasper.

Sydney to Melbourne!

Phoe, het is hier wel even wat warmer dan in NZ. In Christchurch was het 16 graden en regenachting, hier is het voornamelijk zonnig en 25 + graden. Was wel even wennen. En smeren, want je verbrandt hier zo (fijn, zo'n gat in de ozonlaag). Maar verder, 't is prima hiero!

Leuk dat jullie weer een kijkje nemen op mijn site. En natuurlijk wederom bedankt voor de vele leuke berichtjes die her en der achtergelaten worden. Dat waardeer ik echt. Inmiddels ben ik alweer een dikke maand in Australië. Wat vliegt de tijd. Ik begon in Sydney om precies te zijn. De eerste vier nachten heb ik doorgebracht op de bank in de flat van een Franse jongen die ik in NZ had leren kennen. Erg relaxed om even een beetje te acclimatiseren en me te oriënteren. Ook heb ik wat administratieve zaken geregeld, zoals mijn werkvisum en een belastingnummer.
Na deze relaxete dagen ben ik naar een hostel on de stad gegaan. In de stad zijn een hoop dingen te zien en te doen, maar sommigen zijn een beetje duur. Ik heb bijvoorbeeld geen wandeling over de Sydney Harbour Bridge gedaan, want dat kost 170 dollar of meer. In plaats daarvan ben ik voor 9 dollar één van de pilaren op gegaan. Daar vandaan heb je ook een erg mooi uitzicht. Daarnaast heb ik een rondleiding gehad door het Sydney Opera House, een erg indrukwekkend gebouw (van binnen en van buiten). Niet alleen het gebouw is indrukwekkend, de bouwtijd en de kosten ook. Het koste niet de begrootte vier maar 14 jaar om te bouwen en niet de geschatte zeven miljoen dollar, maar 102!! Eigenlijk was ik niet van plan naar een dierentuin o.i.d. te gaan, maar na een tip ben ik toch naar de Sydney Aquarium gegaan. Ik had de indruk er maar eventjes rondgelopen te hebben, maar dat bleek bijna vier uur te zijn! De meeste tijd heb ik doorgebracht in de enorme tanks met haaien en die met koraalriffen. Die waren echt heel erg indrukwekkend!

Als afwisseling ben ik drie dagen in Katooma doorgebracht, een dorpje net buiten Sydney in de Blue Mountains. Dit is een mooi natuurgebied en uiteraard heb ik een kijkje genomen bij de belangrijkste attractie in Katoomba; de Three Sisters. Dit zijn drie rotskolommen die volgens een Aborigine-legende ‘ontstaan' zijn toen een stamhoofd zijn dochters in rosten liet veranderen om te zorgen dat ze zo niet in de handen van een rivaliserende stam konden vallen. Ik geloof dat de tovenaar tijdens een oorlog is omgekomen, dus ze staan er nu nog steeds. Helaas regende het twee van de drie dagen, waardoor ik niet de wandeling heb kunnen maken die ik wilde. Maar gelukkig was het een erg relaxed hostel met een hoop leuke andere reizigers, dus heb ik me zeker niet verveeld.

Eenmaal terug in Sydney heb ik een paar dingen gedaan die ik nog wilde doen, zoals een kijkje nemen in de haven. Een tip van meerdere andere reizigers: boek geen dure cruise, maar ga met een lokale ferrie naar Manly. Dit heb ik dus gedaan. Een erg mooie tocht. Eenmaal in Manly heb ik daar een wandeling gemaakt door een park daar (waarbij ik zo stom was mijn camera te laten vallen, waardoor hij nu kapot is) en heb een kijkje genomen bij het beroemde strand. Eerder had ik al een wandeling gemaakt langs een stukje ruige kustlijn van het zuiderlijke deel van de stad (van Bondi naar Coogee).
Verder heb ik nog wat rondgelopen in door de stad en verschillende wijken. Het werd me al snel duidelijk dat ze hier een stuk meer oude (en zeker beter onderhouden) panden hebben dan in NZ. Tevens ben ik een kijkje gaan nemen op de plek waar de Olympische Spelen van 2000 hebben plaatsgevonden. Het was leuk rond te lopen op deze historische grond. Zo ben ik bijnvoorbeeld naar het Aquatic Centre gegaan, waar Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn hun goude plakken behaald hebben. En natuurlijk ben ik een kijkje gaan nemen bij het hockeystadion waar Stefan Veen de beslissende strafpush tegen Zuid Korea scoorde. Jammer dat ik hier niet een jaar of zes en een half jaar eerder was.

Als afsluiting van mijn verblijf in 'Sin City' heb ik twee dagen doorgebracht op de Eastern Creek Raceway, waar de A1GP-race van OZ werd afgewerkt. Na de openingsrace van het seizoen (op Zandvoort, afgelopen oktober) bezocht te hebben, kon ik dit natuurlijk niet laten schieten. Het waren twee toffe en warme dagen met weer veel zon en helaas maar weinig beschutting. Natuurlijk zijn NLse fans altijd gemakkelijk te herkennen aan de kleur van hun kleding, dus heb ik een paar leuke NLers ontmoet. Twee daarvan waren een stel uit Maren-Kessel (die de familie Viguurs zelf kenden, voor de mensen uit de Tielekeshoeven). Gezellige lui waarmee ik een tijdje leuk heb zitten kletsen. De races zelf waren gaaf. Bleekemolen deed het goed, maar Ho-Pin Tung deed het nog beter. Op ‘raceday' stond ik langs het rechte stuk, precies bij de startplek van de oranje bolide. Er waren hier zo weinig NLers, dat Bleekemolen en zijn vriendin naar óns begonnen te zwaaien, i.p.v. andersom! Erg grappig. Hij had blijkbaar opgelet, want de tweede race wist hij ons meteen weer te vinden. Maar misschien kwam dat ook wel doordat die kerel naast me een oranje badjas aan had, ha ha ha.

In een eerder bericht vertelde ik over Razende Roeland uit Eindhoven. Hij belde me toen hij in Sydney aankwam met het bericht dat hij een auto ging kopen en dat ik wel met hem mee kon rijden naar Melbourne. Super!! Daar stond ‘ie dan, een wit Mitsubishi Starwagon busje bespoten met grijze sterren. Een gare maar gave rammelbak, met alle spullen die je nodig hebt om te kamperen: een tweepersoons bed en een aansluiting voor een iPod. Lachen man in die bus. Stampende muziek op (danwel Theo Maassen of De Mannen van de Radio) en toeren met dat ding. We besloten de toeristische route langs de kust te nemen, om het rustig aan te doen. We hebben voornamelijk gekampeerd in Nationale Parken, midden in de natuur (veelal wildkamperen of voor heel weinig). Dit resulteerde in confrontaties met allerlei typisch Australische diersoorten: possums en echidna's (soort egels) die onze borden leeg aten, wallabies, kangoeroes, koala's, wombats, emu's, mooie papegaaien en kookaburra's. Echt gaaf om zo midden in de natuur te kamperen. Midden in de eerste nacht werd Roeland wakkergebeld. Hij keek uit het schuifraampje en ramde ‘m binnen een fractie van een seconde dicht. Hij schrok zich rot van een kangoeroe die een paar meter naast ons gras stond te eten. God wat heb ik gelachen!

Het gaafste waren nog de twee dagen die we doorgebracht hebben in het grootste park van Victoria, Wilsons Promontory genaamd. Dit is een werkelijk schitterend natuurgebied met een aantal prachtige stranden. Onderweg van de toegangspoort naar de camping zijn we volgens mij bijna tien keer gestopt om foto's te maken. Wow, wat is het daar mooi! Toen we eenmaal op de camping waren werden we bijna direct aangesproken door de dame op de plek naast ons, Ruth uit Melbourne. We kletsten wat, lachten veel en binnen vijf minuten nodigde ze ons uit om GRATIS bij haar te verblijven!! Tering, wat zijn die Aussies aardig! Later die avond kwam een vriendin van haar, Naomi, die een paar nachten bij Ruth ‘logeerde'. Met hen hebben we een paar supergezellige avonden en dagen gehad. Erg leuke meiden.
We wilde eigenlijk maar één nachtje blijven, zeker toen het weer omsloeg, maar uiteindelijk zijn we 2 dagen gebleven. Gelukkig maar, want die tweede dag was verreweg de gekste, gaafste en meest spontane dag van mijn hele reis tot nu toe. Het miezerde lichtjes toen we aan een wandeling begonnen, dus dacht ik (bikkel die ik ben) genoeg te hebben aan een t-shirtje en een korte broek. Maar gaandeweg werd de regen steeds heviger en de wind steeds sterker... Shit! Uiteindelijk waren we compleet doorweekt toen we bij het strandje aankwamen en het zeek nog steeds van de regen. Toen hebben we maar van de nood een deugd gemaakt en zijn we gewoon de zee in gesprongen. Echt waanzinnig en hilarisch!! We lachten ons rot. Wat een heerlijk gevoel. En precies toen we ons klaarmaakten voor een ijskoude terugtocht begon de zon te schijnen! Wat een superdag was dat.

Na een paar tussenstops op Phillip Island (wat is die Pinguin Parade een ‘rip off' zeg!), het Mornington schiereiland en nog een klein natuurgebied in ‘the middle of nowhere' zijn we nu aangekomen in Melbourne en verblijven we vooralsnog bij de enorm gastvriendelijke Ruth. Ik realiseerde me laatst dat ik in NL nog maandelijks een aantal zaken moet betalen, dus moet ik wel wat op mijn rekening laten staan. Dit betekent dat ik toch wel snel moet gaan werken hier. Ik heb, met aanzienlijke hulp van Naomi, mijn c.v. vertaald en zal de straten aflopen op zoek naar werk. Volgens meerdere mensen is het hier makkelijk om werk te vinden, dus ga ik proberen hier een paar maanden te werken en te sparen. Met dat geld kan ik dan verder. Maar ik verwacht dat ik later ergens anders nog wel wat moet gaan werken, maar dat zien we dan wel weer.

Groeten,
Jasper.

Chistchurch; Nieuw Zeeland zit erop. Snik...

Na tien weken rondhobbelen zit mijn reis door Nieuw Zeeland er (al) op. Het was een erg mooie ervaring en ik heb het erg naar mijn zin gehad. Maar ze zijn nog niet van me af hier! Ik kom zeker nog een keer terug om de dingen te doen die ik nu niet gedaan heb. Deze keer had ik wel goed geslapen en had ik ontbeten voordat ik op de boot stapte, terug naar het "vaste" land. De zee was deze keer nóg rustiger, dus deze rit was gelukkig geen probleem. Ik was alweer vroeg in Invercargill, dus heb ik daar een paar uurtjes rondgelopen. Als je hier ooit komt, er is weinig reden om te stoppen. Er zijn een paar mooie, goed onderhouden gebouwen in het centrum en er is een aardig park, maar verder niks. Er zijn een hoop meer oude gebouwen, maar die worden niet of nauwelijks onderhouden en zien er dus erg mistroostig uit. Van Invercargill ging de route naar Te Anau, aan het gelijknamige meer. Dit is de plek aan de rand van het Fiordland NP die veel mensen als uitvalsbasis gebruiken voor één van de vele (zeer) populaire meerdaagse wandelingen in het park. Onderweg hebben we een kijkje genomen op een schapen-farm. De boer gaf een demonstratie hoe men met honden de kuddes drijft en we mochten zelf een schaap scheren. Lachen! In Te Anau was het weer niet zo best, dus heb ik de tijd vooral doorgebracht met uitslapen en kletsen met kamergenoten. Dit betekende in dit geval wat nuttige tips opdoen voor mijn reis door Australië. Eén van de populairste plekken in het NP is de Milford Sound. Dit is een (lang, lang geleden) door een gletjser gevormde vallei, die nu voor een deel gevuld is door de zee. Op deze vallei komen een hoop andere uit, welke op hun beurt ook weer gevormd zijn door gletsjers. Dit is goed te zien door de u-vorm van de valleien. Deze keer had ik geluk met het weer. Op weg er naartoe (één van de mooiste ritten ter wereld) was het slecht en nat weer, wat betekende dat er in de Sound veel watervallen waren! Echt gaaf om te zien hoe die waterstromen soms wel meer dan 100 meter naar beneden komen vallen. De rondvaartboot nam nog even een kijkje dichtbij zo'n waterval. Wat een geweld! Na de cruise door de Milford Sound bracht de bus me weer naar Queenstown, waarmee het rondje door het zuiden er weer opzat. Hier ben ik een paar nachten gebleven, o.a. om samen met (uiteindelijk) 10 andere Nlers oud-en-nieuw te vieren in één van de vele bars in de stad. Erg gezellig! Ik zat met zes van hen in het zelfde (coole) hostel. Mede daardoor heb ik niet veel meer gedaan dan hangen / relaxen, een potje voetballen en een beetje in de "spa-pool" liggen. Niet slecht dus, ha ha! Zoals ik eerder al berichtte, heb ik wel één "extreem" ding gedaan in Nieuw Zeelands hoofdstad van extreme sporten. Midden in de Nlse nieuwjaarsnacht ben ik aan een elastiek een dal ingesprongen, a.k.a. de Nevis High Wire Bungy. Man, wat gaaf is dat zeg!! Echt über-vet!! Ik had het eigenlijk nog een keer moeten doen. Ik vond het nog gaver dan het skydiven. Ook hiervan heb ik een DVD, dus ook die zal ik eenmaal thuis moeten grijsdraaien. :-) De Kiwi-bus reed in één lange ruk van Queenstown naar Christchurch, maar ik heb onderweg nog een paar tussenstops gemaakt. Eerst ben ik een paar nachten in Lake Tekapo gebleven. Dit dorpje ligt aan een turquiose meer, welke gevuld is met gletsjerwater. Behoorlijk koud dus. De aparte kleur van het water wordt veroorzaakt door een heel fijne stof ("rock flour") dat in het water "zweeft". Deze rock flour ontstaat door de schurende werking van de gletsjer op de bergen. De zomer leek hier nu pas door te breken, want ik heb er amper wolken gezien. Ideaal weer dus om wat rond te wandelen en van het lekkere weer te genieten. Een (particulier) shuttle-busje bracht mij naar Aoraki / Mt. Cook Village, een miniem dorpje aan de voet van de Alpen met uitzicht op Nieuw Zeelands hoogste berg; inderdaad Aoraki / Mt. Cook. Mijn eerste dag daar was het ook stralend weer (wel een beetje veel wind) en daar heb ik meteen van geprofiteerd door een wandeling naar de Hooker-gletsjer te maken. De gletsjer zelf was weinig indrukwekkend, maar de wandeling was leuk en afwisselend. De tweede dag in Aoraki regende het de hele dag, af en toe gepaard met harde wind. Dit was dus een ideale dag om mijn TD (travel diary) even bij te werken en alvast wat te lezen in mijn reisgids van Australië. Daarnaast heb ik er wat gerelaxed in de "TV room". De volgende dag bracht de zelfde busdienst me naar Twizel, waar ik op mijn laatste Kiwi-bus gestapt ben. Onderweg naar Twizel kletste ik wat met de chauffeur. Ik vertelde hem dat oktober en november in Europa zo'n beetje de warmste waren die men ooit gemeten heeft. Hij vertelde me dat afgelopen december bijna de koudste was die men hier ooit gemeten heeft! Hoe ironisch. Had ik dus toch een maandje (of misschien twee) later moeten gaan, ha ha ha. In Christchurch had ik twee volle dagen om vrij te besteden en eentje om mij voor te bereiden op mijn vlucht naar OZ. De twee vrije dagen heb ik voornamelijk besteed aan rondkijken in de stad. Uiteraard heb ik een kijkje genomen in de kerk waar de stad naar vernoemd is. En ook hier is een behoorlijke botanische tuin, dus daar ben ik ook doorheen gewandeld. Verder zijn er hier behoorlijk wat oude (historische) gebouwen en musea, die gelukkig een stuk beter onderhouden zijn dan die in Invercargill. Leuk om te bekijken, van binnen en van buiten. Ik had me opgegeven om een ballonvlucht te maken bij zonsopgang. Dus om 04.00 uur opgestaan... ging het niet door wegens te harde wind!! Dat was dus een minder goede nachtrust. Ook in Christchurch heb ik weer veel gekletst met andere reizigers, waaronder een paar Nlers. Bleek één van hen jaren in Rosmalen gewoond te hebben! Te toevallig. Het was wel erg grappig om over thuis te praten. Wanneer de meesten van jullie dit lezen, ben ik waarschijnlijk al in Sydney, de volgende halte van mijn reis. Daar waar het avontuur echt gaat beginnen, want ik blijf er lang en moet her en der werk gaan vinden om mijn reis lang vol te kunnen houden. Dat is een beetje een beangstigende gedachte, maar ik hoor van een hoop mensen dat het makkelijk is werk te vinden en iedereen is enorm enthousiast over OZ. Het zal dus wel goed komen. Om in goed Nieuw-Zeelands termen af te sluiten: Sweet as, bro. Get amongst it! See ya! Jasper. P.S. Ik heb mijn Nlse telefooncontract opgezegd, dus vanaf 1 februari ben ik niet meer op mijn huidige nummer te bereiken. Ik zal in OZ een simkaartje aanschaffen en het nummer op de site zetten.

Westkust en een half rondje down south

Mooi man, die westkust. Maar die sandflies... Om gèk van te worden! Gelukkig zijn die beestjes er in het zuiden niet, behalve op Stewart Island dan.

Vanuit Wellington ben ik met de ferry naar het zuidereiland gegaan. De route voer door de Marlborough Sounds. Dit is een heel mooi natuurgebied, maar het was een druilerige dag en dus viel het vanaf de boot een beetje tegen. Na de boor de bus weer in op doorgereden naar Nelson. Hier heb ik met Geert (Tilburgenaar) en de busschauffeur een potje gevoetbald tegen een paar Engelsen en een Zweed. En natuurlijk won het NLse tactische inzicht het van het Engelse 'kick-and-rush'.
De volgende 2 dagen heb ik in het zonovergoten Abel Tasman NP doorgebracht. De eerste dag ben ik samen met Anika, een andere NLse van mijn bus, een stuk het park ingelopen. Daar, in Bark Bay, hebben we vervolgens een nachtje gekampeerd, waarna we de volgende dag terug zijn gekayaked naar het beginpunt. Eerst twijfelde ik nog of ik het wel wilde doen, maar ik ben erg blij dat ik het gedaan heb. De hike voerde langs goudgele stranden aan de heldere blauwgroene zee. Helaas waren er veel sandflies; ben een stuk of 15 keer gestoken in 1 nacht... En daarnaast ben ik zo slim geweest mijn slaapzak te laten liggen (ja, ik weet het).

In Nelson ben ik op Nancy's bus gestapt. Chauffeur Scottie heeft deze bijnaam al meer dan 6 jaar, omdat hij niet durft te bungyjumpen. We overnachtten in Westport, een stadje waar eigelijk niks te beleven is. Mijn kamer was overigens wel erg goed; een zespersoons cabin met eigen keuken, wc en tv. Ik kwam er die dag maar weer eens achter dat het maar een klein wereldje is tegenwoordig; er zat een Rosmalens meisje in mijn bus, te toevallig gewoon.
De volgende dag reden we langs de kust naar het zuiden. Een erg mooie rit. We overnachtten in 'hotel' Mahinapuha. Daar hadden we een groepsmaaltijd (lekker) en was het tijd voor een verkleedpartijtje. De dames waren 'rubbish' en de heren moesten verkleed als dames! Er waren grote zakken met kleding, maar er was praktisch niks in mijn maat. Gelukkig is er geen fotobewijs van mijn outfit, ha ha ha. Het was wel een gezellige avond.
Na wéér een erg mooie dag rijden langs de kust, kwamen we aan in Franz Josef. Een plaatje aan de voet van de gelijknamige gletsjer. Kom ik daar gewoon weer Karin en Irja tegen, twee NLsen die ik al twee keer eerder had getroffen. De volgende dag heb ik een dagtocht over en door de gletsjer gemaakt, met van die ijzers onder je schoenen. Dat was erg tof. Ik heb die dag alleen wel meer dan 100 foto's genomen, al zijn daarvan inmiddels de meesten ook weer van gewist.

Het weer aan de westkust was de volgende dag niet zo best, maar toen we over de Haast-pas heen waren werd het gelukkig snel beter. Die dag stopten we in Wanaka, een klein en rustig dorpje aan de rand van Lake Wanaka. Hier ben ik een paar dagen gebleven. Het weer was er erg goed en ik heb me er voornamelijk bezig gehouden met wat rondwandelen en relaxen. Het hostel was ook erg goed. Voor maar NZD 20,- had je een kamer met slechts vier bedden, een tv-tje en een eigen badkamer met bad! Daar heb ik natuurlijk even gebruik van gemaakt. Ik heb er zelfs twee nachten gratis gezeten, omdat ik twee ochtenden twee uurtjes meegeholpen heb met housekeeping.
Na 4 nachten Wanaka weer de bus gepakt, naar Queenstown. Dit was een korte rit, maar we bleven een paar uur bij de Kawarau-brug. Dit is de allereerste brug waarvandaan commercieel gebungyjumped wordt. Het was grappig een hoop mensen van onze bus te zien springen. Ik heb het niet gedaan, want ik heb een alternatieve nieuwjaarsduik gepland staan. Rond een uur of 03.00 uur in de nieuwjaarsnacht jullie tijd, zal ik me 134 meter naar beneden laten vallen!! Heb er nu al zijn in :-)

In Queenstown ben ik maar 1 nachtje gebleven, om snel de 'Bottom Bus' te nemen. Dit deel van Kiwi Experience maakt een rondje door het onderste deel van het zuidereiland.
De eerste stop was Dunedin, een leuk stadje met een heel aardig en compact centrum. Bijna direct na aankomst ben ik met Karin, Irja en William (kerel uit Deurne) een op wildlife-tour gegaan. Daarbij zijn we eerst naar het Royal Albatros Centre geweest. Dit is de enige plek ter wereld waar koningsalbatrossen op het vaste land nestelen. Het was een erg mooi gezicht om die vogels over te zien zweven (soms flapperen ze vier jaar niet met hun vleugels!). Daarna ging de tour naar een privé-reservaat voor geeloogpinguins. In dit reservaat heeft men overdekte loopgraven en uitzichtposten gemaakt, midden in het woongebied van de pinguins. Op deze manier konden we de dieren van dichtbij bekijken. Het was echt mooi en ook erg grappig om te zien hoe ze het water uitkomen en dan verderwaggelen naar hun nest.
Dunedin heeft ook de stijlste straat ter wereld, Baldwin Street. Deze ben ik even opgelopen (hij is wel steil, maar niet erg lang). Mijn laatste middag heb ik besteed aan de meest toeristische 'uitstapjes': rondleidingen door de Cadbury chocoladefabriek en de Speight's bierfabriek. Cadbury vond ik een beetje tegenvallen, maar de tour bij Speight's was erg leuk. De (oude) gids was erg cynisch en grappig. Daarnaast leek de fabriek mij eerder een museum dan een werkend bedrijf, erg mooi om te zien. Dat is nog eens wat anders dan die moderne Heineken-fabriek in Den Bosch.

Het tweede deel van de Bottom Bus voerde naar Invercargill, via het natuurgebied de Catlins. Helaas was het 's ochtends slecht weer, dus hebben we er weinig van gezien. Wel hebben we van zeer dichtbij zeeleeuwen op het strand zien liggen luieren. Ook hebben we een kijkje genomen bij het Petrified Forest (vraag me niet waar die naam vandaan komt). Dit is een stukje rotsachtige kust, waar overblijfselen te zien zijn van een 180 miljoen jaar oud versteend bos. Best cool om te zien. Je kan de boomstammen nog duidelijk herkennen. Eenmaal in Invercargill hebben we met acht man inkopen gedaan en hebben we samen gegeten. Dat was erg gezellig.
De volgende dag was het voor mij weer best vroeg dag, want ik ging met de ferry naar Stewart Island. Ik had die nacht niet zo best geslapen en had alleen een cappuccino als ontbijt gehad. Dit bleek niet zo'n goede voorbereiding te zijn voor de boottocht. Ook al was het volgens de kapitein een kalme zee, het uurtje deinen deed mijn maag geen goed. De cappuccino kwam er gelukkig niet uit, maar het scheelde niet veel. Voor de terugtocht ga ik zorgen dat ik beter slaap en een beter ontbijt nuttig.

De volgende drie dagen heb ik de Rakiura Track gelopen. Deze huttentocht door het NP (welke meer dan 80% van het eiland beslaat) is één van de negen Great Walks of New Zealand. Het was inderdaad een goede hike en een mooie ervaring, maar ik heb nu wel even genoeg meerdaagse hikes gedaan. Het was veel steigen en dalen, wat ik behoorijk in mijn benen voelde. En ja, ook hier hadden de sandflies het op mijn voorzien. In één middag en nacht (de laaste van de track) hebben ze me welgeteld 24 keer te pakken gehad, krengen!
Vandaag staat in het teken van relaxen (bijkomen van de hike) en alles weer een beetje reorganiseren, want morgenochtend vroeg (08.00 uur) stap ik weer op de boot terug naar het vaste land. Van Invercargill gaat de reis dan verder naar Te Anau en weer terug naar Queenstown. In het nieuwe jaar zal ik verder trekken naar Christchurch, met tussenstops in Aoraki / Mt. Cook NP en Lake Tekapo. Kijk er al naar uit. 11 januari vlieg ik overigens naar Sydney, een nieuw hoofdstuk in mijn avontuur tegemoet. Maar eerst mijn rondje NZ afmaken natuurlijk :-)

Iedereen natuurlijk nog een goede kerst en alvast een supergoed 2007! Ik zit met oud-en-nieuw in partytown Queenstown met zes andere NLers, dus dat komt wel goed :-)

Groeten,
Jasper.

P.S. Kan mijn camera niet aansluiten op deze pc, dus 't is nog even wachten op de foto's.

Noordereiland gehad? Check!

Paardrijden over het strand en door de heuvels van de oostkaap is gaaf, maar skydiven is toch net even iets leuker! Al was het in het oosten wel mooi zonnig… Het werd weer eens tijd voor een nieuw verhaal. Dus vanuit Wellington: hallo allemaal! Helaas was het de eerste keer dat ik in Taupo was te slecht weer om (veilig) uit een vliegtuigje te springen. Dat moest dus later gebeuren. Daarnaast was het ook te slecht om de Tongariro Crossing te doen (googlen!). Dit is een tocht van een uur of acht door het Tongariro National Park (NP). De route gaat tussen twee vulkanen door (waarvan één Mt. Doom uit LOTR* is), en wordt gezien als de beste ééndaagse wandeling van NZ. In plaats daarvan heb ik twee dagen wat rondgehangen in het hostel en de stad, want het regende bijna de hele dag. Na een paar dagen weinig doen ging ik mee met de zgn. "East As". Dit is een tour van de Kiwi Experience waarbij je een klein busje, samen met in mijn geval zo'n 10 anderen, een rondje door het oosten maakt. Extra leuk was het, dat ik in die bus weer een paar Engelsen tegenkwam, die ik in Paihia al had leren kennen en waarmee ik goed op kan schieten. Als je op de kaart kijkt lijken de afstanden die we af moesten leggen niet groot, maar de wegen in dit deel van het land slingeren nog meer dan elders. Echt goede wegen voor mensen die van sturen en schakelen houden (iets voor jou pap). De eerste stop was bij een gezin thuis, een zgn. "homestead", bij wie de achtertuin aan de oceaan grensde. Helaas was de avond niet zo spetterend als gastheer Che had aangekondigd én was de "hot tub" kapot. Maar we hebben wel een mooie zonsondergang gezien en hebben het zelf maar een beetje gezellig gemaakt. De tweede stop was een stuk leuker. Dit keer was het een "farmstay". Tussen de paarden in de wei stonden een paar huisjes, waar wij dus sliepen. De middag van aankomst ging bijna iedereen mee paardrijden. Ik had het nog nooit gedaan, maar ik vond het erg gaaf. Zeker ook omdat mijn paard continu harder wilde. Ik was hiervoor al gewaarschuwd door de NLse mede-eigenaresse, die mij meteen als landgenoot herkende door mijn KNVB-shirt met "Nederland" achterop. In het begin moest ik mijn paard inderdaad flink inhouden, maar op het strand, heuvelop en op weg terug heb ik 'm een paar keer laten galloperen. Vet man! 's Avonds hadden we een kampvuur gemaakt en roosterden we marshmellows. De volgende ochtend stonden we al om 05.00 uur op, om de heuvel op te lopen en de zonsopgang te zien, als één van de eersten ter wereld. Vanuit de oostkaap ging de tocht, helaas zonder de aardigen Engelsen, verder naar Napier. Dit is de Art Deco-hoofdstad van NZ. In de jaren '30 was dit nl. dé bouwstijl en juist in deze periode werd het centrum door een aardbeving verwoest. De wederopbouw werd dus in dé stijl van dat tijdperk gedaan. Dit heeft veel leuke en kleurrijke gebouwen opgeleverd. Vanuit Napier ging de route terug naar Taupo. Inmiddels was het weer hier ook iets beter geworden. Voordat we in de stad in gingen, werden sommige mensen bij het vliegveld gedropt om hun skydive te doen. Er zijn 3 bedrijven die dit doen en ik had vooraf al een sprong geboekt bij een ander bedrijf dan waar Kiwi heen gaat. Dus ging ik er even langs om voor de volgende dag een sprong te reserveren. Maar de weersvoorspelling was niet zo goed, dus een klein uur later viel ik al uit een vliegtuigje!!! Dat was natuurlijk even onverwacht, maar wel ontzettend gaaf! En snel dat het gaat! Mijn sprong was van 12.000 voet hoogte (een kleine 4 km), wat een vrije val van 45 seconden betekende. Nou, in mijn beleving waren het er maar 20. Je wordt overspoeld met nieuwe indrukken, dus je hebt nauwelijks in de gaten dat je met zo'n 200 km per uur naar beneden dondert. Voor je het weet hang je al aan de parachute, die ook sneller dan verwacht weer beneden is. Maar het geeft wel een adrenaline-kick hoor. Ik heb er een dvd van, dus die zal ik eenmaal thuis nog vaak terugkijken (en laten zien aan anderen uiteraard). Na Taupo was mijn volgende stop het kleine en stille wintersportplaatsje Ohakune, aan de zuidkant van het Tongariro NP. Mijn plan was om dan maar vanuit hier die Crossing te doen en om naar een ander NP te gaan. Maar je raadt het al, ook nu was het weer te slecht om de vulkanen op te gaan. Wel heb ik een auto gehuurd (links rijden, even wennen) en ben ik naar Whanganui NP gegaan. Daar heb ik een kleine wandeling gedaan naar de Bridge to Nowhere. Deze brug is aangelegd in afwachting van een weg, die er nooit is gekomen. Na de wandeling heb ik een deel van de weg terug gekayaked. Alles in dit mooie park gaat nl. via de rivier, of je moet een meerdaagse wandeling doen. Het hostel in Ohakune had een schotel, waarop ze ook BVN-TV ontvingen. Voor het eerst in een maand heb ik dus weer wat Nlse tv gekeken; Nova, Buitenhof en ... Studio Sport! Erg leuk, maar het gaf me ook wel een beetje heimwee. Omdat er verder niet veel te toen was in het dorpje, heb ik een dag eerder dan gepland de bus genomen. Deze bracht mij naar een lodge aan een riviertje in een kloof, River Valley Lodge genaamd. Zoals de beschrijving al doet vermoeden, is het een erg mooie en rustige plek. Je kon er verschillende activiteiten doen, maar ik had en Rotorua al geraft en je kunt bijna overal nog paardrijden, dus heb ik er voornamelijk gerelaxed. De volgende ochtend leek me een mooi moment om een wandeling te maken terwijl veel anderen gingen raften, maar... Ja hoor, weer regen, regen, regen. Van River Valley leidde de weg naar de hoofdstad, Wellington. Daar zit ik nu dus. Onderweg stopten we overigens in het plaatsje Bulls. En wat zag ik daar, al vanuit de bus...? Windmill, een winkel met alleenmaar Nlse waar! Ze hadden daar echt veel, van Bokma en CB (Stefan!), via Nlse drop, tot Albert Heijn knakworsten! Echt grappig. Ook hadden ze toeristische dingen als Delfts Blauw, maar ook rijen met poppen van het Land van Laaf (dat bolle volkje uit de Efteling). In Wellington was ik 4 volle dagen, voordat ik morgen de Interislander-ferrie naar het zuidereiland neem. Uiteraard ben ik hier naar hét museum geweest: het Museum of New Zealand, in het Maori: Te Papa Tongarewa. Dit is een mooi, ruim opgezet en gratis museum waar de hele geschiedenis van NZ aan bod komt: van het geologische ontstaan van het land, via de komst van eerst Maori en later de Europeanen, tot hedendaagse kunst. Er was een speciale afdeling over de ontwikkeling van kunst hier, waaraan tot mijn verbazing behoorlijk wat Nlers hebben bijgedragen. Ze hebben er bijvoorbeeld werken hangen van Rembrandt, Van Ostade, Paulus Potter en van nog wat Nlse meesters. Vond ik wel grappig. Wellington is ook de stad waarin (en omheen) het grootste deel van de LOTR-trilogie is opgenomen. Aangezien ik dat erg toffe films vind en ik hier toch ben, ben ik op een georganiseerde tour langs een aantal locaties geweest. Dat was erg leuk om te doen. Vooral de verhalen die de gids vertelde (hij wist echt veel) waren heel interessant. Bij elke locatie liet hij beelden uit de film zien, zodat je een goed idee kreeg van hetgeen men allemaal gedaan heeft om mooie sets te kunnen krijgen. En het is ook niet normaal meer wat men met de computer heeft gedaan in deze film. Bijna niks is origineel gelaten, bijna overal zijn wel dingen verwijderd, toegevoegd of veranderd. Verder heb ik uiteraard het centrum bekeken (ook hier hebben ze redelijk wat Art Deco-gebouwen) en ben ik met het ouderwetse Cable Car-treintje naar de botanische tuinen gegaan. Helaas was het weer niet bijzonder fraai (lees: druilerig), maar zelfs zonder zonneschijn heb ik me best vermaakt. Het is in de regen al een erg mooi park, moet je nagaan hoe het moet zijn als de zon schijnt. Morgen steek ik de Cook Strait over. Normaalgesproken duurt dit een uurtje of drie, maar één van mijn chauffeurs had het erover dat het heel soms ook wel eens 10 uur kan duren... Ik hoop maar dat het weer morgen kalm is. Tot de volgende keer! Ik kijk alweer uit naar jullie berichtjes. Groeten, Jasper. * Lord Of The Rings

Van Auckland tot Taupo

Ik vermaak me prima hier op het Noordereiland, maar heb horen zeggen dat het Zuidereiland nog mooier moet zijn. Ik ben benieuwd!

Kia ora, welkom bij mijn 2e reisverhaal.
Ten eerste iedereen bedankt voor de leuke berichtjes die jullie hebben achtergelaten de afgelopen tijd. Het deed me goed zoveel enhousiaste reacties te lezen, soms van onverwachte personen.

Inmiddels ben ik alweer meer dan 2 weken onderweg door Aotearoa, Maori voor 'het land van de lange wolk'. Zo noemde de eerste Maori die hier aan land kwam Nieuw Zeeland. Ik ben, net als de meeste reizigers hier, begonnen in de grootste stad van het land: Auckland. Hier wonen 1,3 miljoen mensen. Dat is een derde van de totale bevolking van het land en is gelijk aan het aantal bewoners van het gehele Zuidereiland! Het zal daar 'beneden' dus wel rustig zijn.

Na aankomst heb ik eerst een nachtje in een (niet zo'n best) motel doorgebracht, omdat ik geen zin had midden in de nacht een hostel te moeten zoeken. De volgende dag ben ik naar het centrum gegaan en heb een paar dagen in het ACB verbleven. Die dagen ben ik zo'n beetje opgetrokken met vier Israëlische jongens, die tegelijkertijd waren aangekomen. We zijn o.a. naar de Sky Tower geweest (hoogste bouwwerk op het zuiderlijk halfrond), hebben door mooie parken gelopen en ik ben naar het Nationale (Oorlogs Herinerings) Museum geweest. Auckland is verder niet zo'n bijzondere stad, dus na een paar dagen dagen had ik het wel gezien.

In Auckland heb ik een tour door het land gekocht bij Kiwi Experience. Dit is een soort busservice die bepaalde routes rijdt door het land, onderweg tussenstops maakt bij interessante dingen en via wie je korting kan krijgen op veel activiteiten in de plaatsen waar je slaapt. Makkelijk is dat je zelf bepaalt wanneer je weer op de volgende bus springt, dus het maakt niet uit of je veel of weinig tijd hebt. Voor de geïnteresseerden: www.kiwiexperience.co.nz. De routes die ik aan elkaar gekoppeld heb zijn Awesome + Top Bit, Joint Mullets & Bottom Bus; ik dus zo'n beetje het hele land door :-)

De eerste stop was de Bay of Islands. Dit is echt een erg mooi gebied met blauwe wateren, gele stranden en 144 eilandjes (waarvan er nog zat onbewoond zijn). Toen wij er aankwamen wat het super-weer, dus was het meteen genieten. Uiteraard heb ik hier een paar activiteiten ondernomen. Ten eerste een dagtocht naar Cape Reinga; de plek waar de zielen van de Maori het hiernaamaals ingaan en waar de Tasmanzee en de Grote Oceaan elkaar ontmoeten. Daarnaast heb ik een tochtje gemaakt met een snelle boot aar een rotsformatie iets buiten de baai, waarbij we ook nog dolfijnen hebben gespot. Vlakbij Paihia (waar ik zat) is het verdrag getekend tussen de Maori en de Britten waarmee de Maori Britse burgers werden en de Britten heerser werder over het land. Dit is duidelijk een behoorlijk historische locatie, dus ben ik daar ook nog even wezen kijken.

De route naar het zuiden leidde weer via Auckland, waar ik nog een dagje ben geweest om een kijkje te nemen op One Tree Hill. Daarna ging de tour naar Whitianga, in de Mercury Bay (op het Coromandel-schiereiland). Voordat we daar aankwamen heb ik met een groep een kayaktochtje gemaakt over de oceaan, langs de rotskust. De oceaan was die dag heel erg kalm, waardoor we op een plek konden komen waar ze 9 van de 10 keer niet heen konden. Mooi!

De volgende stop was Rotorua. Onderweg daarheen kwamen we door Watawata, bij de meeste mensen beter bekend als Hobbiton (Hobbitstee) uit de Lord of the Rings - trilogie. In Rotorua ben ik o.a. naar de Tamaki Village geweest. Hier hebben Maori een dorpje nagebouwd uit de tijd voordat de Europeanen kwamen. Hier lieten ze zien hoe men vroeger leefde en hoe men zich d.m.v. spelletjes voorbereidde op oorlogsvoering. Het geheel werd afgesloten met een diner klaargemaakt op traditionele wijze, een zgn. hangi. Heel erg lekker! Daarnaast ben ik ook gaan raften, wat ook erg leuk was.
Rotorua is bekend om de geothermische activiteit in de bodem. De aardkorst is hier relatief dun, waardoor water in de grond gaat koken en borrelen. Dit levert dan weer verschillende poelen van kokende modder en andere stoffen op. Er zit veel zwavel in de grond, waardoor er altijd een lichte lucht van rottende eieren hangt in de stad. Effe wennen moet ik zeggen.

Hierna ging de reis naar Waitomo. Een miniem dorpje waar grotten zijn waarin zgn. gloeiwormen leven. In feite zijn het geen wormen maar maden, maar dat klinkt niet erg aantrekkelijk dus noemen ze het wormen. Vanochtend ben ik in die grotten geweest. Met een wetsuit aan en gewapend met een auto-binnenband werd je in een groepje door de grotten geleid. Best indrukwekkend. Het deed mij een beetje denken aan Droomvlucht in de Efteling, maar dan echt.

Nu zit ik alweer in Taupo, waar ik een paar dagen verblijf alvorens het oosten van het Noordereiland te gaan verkennen. Maar eerst (mits het weer hier verbetert) ga ik hier nog skydiven vanaf 12.000 voet! Daar kijk ik nu al naar uit, want ik hoor er niks dan goed over.

Zo, dat was wel weer genoeg voorlopig. Tot de volgende 'post'.

Groeten,
Jasper.

P.S. Ik maak echt veel foto's hier. Heb nu al een kaart van 1Gb vol! :-)

First stop: Singapore

O moeder, wat is het heet (en vochtig)! Bij aankomst om 6 uur 's ochtends was het al 26 graden en dan moest de dag nog beginnen...

Hallo allemaal, Ja, je leest het goed. Toen ik hier aankwam was het al 26 graden. Viel dat even tegen. Uiteraard eerst even naar huis gebeld dat alles goed verlopen was. Was wel even emotioneel moet ik zeggen. Daarna heb ik de ochtend en een deel van de middag in East Coast Park doorgebracht. De hoge temperatuur en de vochtigheid maken dat het hier altijd drukkend is. Ik was er uiteraard niet direct aan gewend, dus heb ik gedaan wat enkele Singaporezen ook deden: op een stenen bank liggen relaxen / slapen. Dat was wel lekker, want tijdens de vlucht had ik mijn ogen maar een uurtje dicht gehad. Na de dagelijkse donderbui (die dag rond half 3) ben ik op gevoel richting mijn hotel gaan lopen en heb de eerste de beste taxi gepakt. Mijn hotel bleek erg netjes te zijn. Goede kamer, uiteraard met airco. Enige minpuntje; de douchekop zit op oksel-hoogte. De rest van de dag ben ik op mijn koele kamer gebleven en heb een beetje tv gekeken.

De volgende dagen wende ik stukje bij beetje aan het klimaat en de jetlag werd ook steeds minder. Om niet te lang van stof te zijn, zal ik een paar hoogtepunten van de afgelopen dagen doornemen. Maar waar te beginnen...? Het centrum. Alles ziet er netjes, strak en schoon uit. En waar dat niet zo is, is dat omdat ze aan het werk zijn om dingen te veranderen / te verbeteren. Wat heb ik daar gezien? Boat Quay, Clarke Quay (uitgaans- en eetcentra), Raffles Landing Site (waar de Britse stichter aan land kwam), The Padang (centraal evenementen- en wandelveld), Chinatown (lijkt me redelijk duidelijk), Orchard Road (dames opgelet; tig shoppingmalls op een rij!), enz. enz. Te veel om op te noemen. Op Boat Quay heb ik een paar keer gegeten. Daar onmoette ik ook een stel Kiwi's (Nieuw-Zeelanders) en een Engelse. Bemanning van een mega-jacht dat over de hele wereld vaart met veel te rijke gasten aan boord. Om een idee te geven van de boot: 200 voet lang, 6 deks en meer crew dan gasten aan boord. Met die gasten heb ik een leuke avond gehad en ja, ook Kiwi's kunnen behoorlijk drinken.

Vandaag ben ik naar de Zoo en de naastgelegen Night Safari geweest. Man, wat is dat gaaf! Die Zoo is mooi! Het valt eigelijk niet eens op dat die dieren gevangen zitten. Bijna nergens zijn hekken en alles ziet er erg natuurlijk uit. En dat allemaal op een mooie plek, midden in de jungle. Die jungle beleef je pas echt in de Night Safari. Die gaat om 19.00 uur open, als het al pikkedonker is. Je kunt zelf een grote ronde lopen en daarnaast in een tram mee door het park. Ik heb het beide gedaan en... tering wat kicken! Nog meer dan ik de Zoo lijkt het echt alsof je door de natuurlijke habitat van de dieren rijdt of loopt. Soms ga je zelfs op minder dan anderhalve meter van ze langs. Kom je ergens een hoek om in het donkere regenwoud, sta je ineens op een paar meter van grazende herten. Echt super. Als je hier ooit bent, MOET je hierheen.

Vlak voordat ik de Night Safari inliep, hoorde ik ineens iemand achter mij in het Nederlands een mobiele telefoon opnemen. Dat had ik al een paar dagen niet meer gehoord, dus zei ik dat tegen hem. Een leuk en enthousiast gesprek volgde. Hij bleek al 2,5 jaar in Singapore te wonen en werken en had zelf ook 18 maanden rondgetrokken.

Verder nog een paar waarnemingen van eigenaardigheden van Singaporezen: ze zijn gek op de Engelse Premier League (voetbal, voor de meeste dames onder ons), ze 'pimpen' bijna alle auto's (vooral de Impreza en Lancer Evo zijn populair), en in de taxi's staan de airco's altijd op max (brrr). Grappig is ook dat veel waarschuwingen en melding in openbare gelegenheden in 4 talen staan geschreven; Engels, Mandarijn, Maleis en Indiaas.

Goed, genoeg gel*ld nu. Tijd om te gaan slapen, want morgenochtend om 08.50 uur vertrekt (!) mijn vlucht naar Nieuw-Zeeland. De volgende keer dus bericht uit een (volgens weather.co.uk ) koelere bestemming.

Groeten, Jasper P.S.

Dit bericht post ik pas vanuit Auckland, want ik had in Singapore de verkeerde datakabel meegenomen naar het internetcafe , waardoor ik geen foto's op de site kon plaatsen.

Voordat de reis begint...

Je kunt natuurlijk moeilijk zomaar in een vliegtuig stappen en vertrekken. Er moet daarvoor nog wel wat gedaan worden.

Alvorens te kunnen gaan reizen, moest eerst mijn kamertje in Wageningen worden ontruimd. Dat betekende dus een hele hoop klein spul door mijn handen laten gaan, redelijk wat weggooien en vooral heel veel stof happen. Ik was nu niet echt bepaald de beste schoonmaker, wat wil zeggen dat ik op sommige plekken nooit gekomen ben. En verhip, bleek ik toch een hele boel (bier)glazen te hebben! Die hoef ik dus voor mijn volgende onderkomen niet meer aan te schaffen. Vervolgens heb ik samen met mijn ouders en mijn tante alles in zo'm mooie gele boedelbak verhuisd. Het meeste kon gelukkig bij mijn tante op haar zolder. De verhuizing verliep lekker vlot, dus zonder enige tegenslag stond die mooie bak 's avonds al weer bij het tankstation waar we hem gehuurd hadden.

Voordat ik mijn kamertje verliet, hadden we uiteraard een afscheidsdiner. Praktisch alle huisgenoten waren er, wat ik erg leuk vond. Dat wat betreft Wageningen. Naast verhuizen komt er bij het voorbereiden natuurlijk nog wel wat meer kijken. Gedurende een dik half jaar heb ik her en der verhalen gehoord van mensen die mij voor gingen (Marieke, David en Roel bedankt). Dit leverde een aantal tips op over wat wel en niet te doen, en wat wel en niet te mee te nemen. Daarnaast moest ik nog een hoop dingen wel kopen, waaronder uiteraard een goede backpack. Een vriendelijke oud-backpacker (ben haar naam kwijt) stond mij bij, maar Nico smeerde mijn ouders en tante (die betaalden, nogmaals dank) een dubbel zo dure aan. Het zit wel goed overigens.

Een computer is bij het voorbereiden tegenwoordig zo'n beetje van levensbelang. Leuk, zeker als die van jou het begeeft! Aaah!!! wat nu? Gelukkig had mijn vader nog een oude pc staan en was mijn goede vriend Gerbert zo vriendelijk mij meerdere malen bij te staan. Hierdoor kon ik vanaf mijn eigen pc zaken regelen (hotel, vluchten, visum) en kopen (iPod). Tot vlak voor vertek nog een hoop muziek van het netwerk getrokken in Wageningen, dus ik ben met 23Gb aan muziek wel even zoet. Dat volgooien van die iPod was ook een hele toer, maar gelukkig lukte het de dag voor vertrek. Anders had ik wel een erg duur veredeld foto-opslagapparaat gehad.

Uiteindelijk was het dan zover. Alles ingepakt, de reis kon beginnen.